Arends Transport & Logistik GmbH: Strategische groei in de Benzstraße

Tussen het Münsterland en de Nederlandse grensregio heeft het in Gronau gevestigde bedrijf Arends Transport & Logistik GmbH de afgelopen jaren een stevige positie opgebouwd. Met een nieuwbouwproject in crisistijd en een gespecialiseerd wagenpark laat het bedrijf zien hoe middelgrote ondernemingen door flexibiliteit en grensoverschrijdende netwerken ook in een moeilijke marktomgeving duurzaam kunnen groeien.

Waarschijnlijk was er wel een portie Westfaalse moed voor nodig om midden in een periode van wereldwijde onzekerheid een groot project te realiseren. Maar achteraf bleek de beslissing de juiste te zijn: door de samenvoeging van verschillende externe magazijnen op de nieuwe locatie heeft het bedrijf een logistiek centrum gecreëerd dat vandaag de basis vormt voor verdere groei – met name met het oog op de naburige Nederlandse markt. Het begon allemaal vrij bescheiden: in 2005 startte Arends met één enkele vrachtwagen en als onderaannemer. Sindsdien heeft het bedrijf zich snel ontwikkeld. De verhuizing van de oorspronkelijke locatie in Epe naar Gronau betekende daarbij meer dan alleen een adreswijziging. Met 50 medewerkers en een infrastructuur variërend van een eigen werkplaats en een wasstraat tot een laadperron voor het gelijktijdig lossen van drie treinen beschikt Arends nu over een moderne locatie.

Wagenpark met meer dan 40 voertuigen

De kernactiviteit is gebaseerd op een wagenpark van meer dan 40 voertuigen, dat daadwerkelijk een gat in de markt opvult: naast klassieke 40-tons vrachtwagens en bestelwagens zet het bedrijf namelijk gericht in op 7,5-tons vrachtwagens, 12-tons vrachtwagens en 18-tons vrachtwagens met een laadoppervlak van negen meter en een laadklep. „Deze configuratie van 9 meter biedt twee meter meer ruimte dan een conventionele 12-tonner, maar blijft wendbaar genoeg voor krappere losplaatsen, bijvoorbeeld in binnensteden of voetgangerszones”, legt Arends uit. Naast de transportactiviteiten blijft ook de verhuuractiviteit bestaan. Met ongeveer 20 opleggers voor de meest uiteenlopende doeleinden – van motorfietstrailers en autotransporters tot koelwagens en 6-meter-opleggers – bedient het bedrijf nog steeds particuliere en zakelijke klanten in de regio.

Van het Münsterland tot in Nederland

Geografisch gezien is het bedrijf zelf voornamelijk actief in Duitsland en de Benelux-landen. Tegelijkertijd worden echter ook ritten naar Letland, Denemarken of Engeland gepland en mogelijk gemaakt. „Het kerngebied omvat naast het Münsterland en het Emsland vooral Nederland, met de nadruk op Maastricht en Rotterdam, en natuurlijk de grensregio Twente”, aldus Arends. Of het nu gaat om winkelinrichting, machinebouw, grootkeukentechniek of toebehoren voor de auto-industrie: de focus ligt op rechtstreekse ritten en het vervoer van non-foodgoederen, waarbij betrouwbaarheid en stiptheid van groot belang zijn. Ook het risico op schade wordt sterk verminderd door een minimale overslagfrequentie.

Toegevoegde-waardediensten

Sinds de uitbreiding in 2023 wint de sector opslag en logistiek bovendien enorm aan belang. Op een totale oppervlakte van 5.000 vierkante meter worden niet alleen pallets beheerd, maar worden ook toegevoegde-waardediensten geleverd. Een voorbeeld hiervan is de levering aan nieuwbouwprojecten voor hotels, zoals Arends uitlegt: hier worden complete kamersets – van het bed en de lamp tot de kast – vooraf samengesteld en „just in time“ geleverd, zodat de montageteams ter plaatse zonder tijdverlies aan de slag kunnen. Arends bedient nu nog een niche met het flexibele wagenpark: met een Sprinter worden spoedeisende goederen direct en via de snelste route naar de klant vervoerd. De grote 40-tonsvoertuigen worden eerder ingezet voor staal of toebehoren voor de auto-industrie en de machinebouw.

Ondanks de stabiele economische situatie binnen het bedrijf wordt Arends T+L GmbH geconfronteerd met de gebruikelijke hindernissen in de sector. Het thema duurzaamheid komt daarbij op de voorgrond, maar heeft tijd nodig. De aanschafkosten voor elektrische vrachtwagens zouden momenteel nog het dubbele bedragen ten opzichte van conventionele aandrijvingen, en ook de laadinfrastructuur vereist een goed doordachte planning met het oog op de komende jaren. De wens is echter duidelijk: de opbouw van een eigen laadinfrastructuur op het terrein in Gronau. Tegelijkertijd stimuleert het bedrijf de digitalisering. Tegen eind 2026 moet het beheer van vrachtdocumenten bijvoorbeeld bijna volledig papierloos verlopen via mobiele apparaten.